Main Content

Charleroi door de ogen van Pascal Verbeken

  • 08.12.2008
Arm Wallonië, een reis door het beloofde land
Zoom
Arm Wallonië, een reis door het beloofde land

In het boek ‘Arm Wallonië’ (2007) schetst de Belgische schrijver Pascal Verbeken een grauw beeld van Charleroi, de stad die als decor dient voor de film van Eve Duchemin. Aan de hand van enkele boekpassages krijgen we een indringend beeld van deze voormalige mijnwerkersstad.

Een trieste indruk van de stad:
‘Naar het beeld en de gelijkenis van zijn inwoners heeft Charleroi weinig status. Haar rijkdom is zwart, zit in de grond en niemand vraagt er nog naar. Er is geen haven, geen diamant. Er is geen universiteit, geen assisenhof, geen provinciebestuur. Charleroi mag zich niet eens de hoofdplaats van Henegouwen noemen, terwijl ze de grootste stad van Wallonië is en na Luik de tweede grootste agglomeratie vormt. Dat steekt.’ (p. 62)

‘Charleroi is een vlek van vijftien aaneengekoekte gemeenten die uit de grond schoten op het ritme van de voorthollende industrialisering en immigratie. Voor fetisjisten van wild, anarchistisch urbanisme is dit een wereldstad. Tussen de huizenblokken, terrils, spoorwegtaluds, viaducten en industrieterreinen ligt nog verrassend veel open niemandsgrond.’ (p. 63)

Tot 1950 was Charleroi een voortvarende mijnwerkersstad:
‘De Association Charbonnière Charleroi-Basse-Sambre strekte zich uit over vijfenveertig kilometer van Anderlues over het bassin van Charleroi tot Sambreville, een keten van mijnen die de ruggenwervel van het Pays Noir vormden. In 1950 waren hier nog achttien maatschappijen die zevenenvijftig mijnen exploiteerden, samen goed voor een productie van 7,5 miljoen ton. Een jaar later werd de neergang ingeluid, toen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal de kolenmarkt vrijmaakte.’ (p. 66)

De migratiegeschiedenis bezien via het kerkhof van Bois de Roton:
‘Nergens heb ik de migratiegeschiedenis van Wallonië preciezer beschreven gezien in marmer en arduin. De achterste rijen graven bij het columbarium vertegenwoordigen de laatste grote immigratiegolf: de Turken en de Noord-Afrikanen – vooral Marokkanen – die vanaf de jaren zestig hiernaartoe kwamen … In het midden van het kerkhof liggen veel Grieken en Italianen die in de jaren vijftig kwamen. De graven in het voorste deel zijn van de eerste migrantenfamilies die in de mijnbekken neerstreken: de verpauperde Waalse pachters uit het Ardense platteland en de Vlamingen.’ (p. 66-67)

Bron: Arm Wallonië, Meulenhoff/Manteau 2007, ISBN: 978 90 8542 072 9

Extra afbeeldingen

Zoom
Pascal Verbeken
Foto: Ellen Jens

0 Reacties

Er zijn nog geen reacties

* Verplichte velden

Wat is uw reactie?