Transcript van de uitzending

- Zoom
- 39433605
Sergeant Stepanenko, recruiter van de US Army
Wij gebruiken o.a. de door het Pentagon geproduceerde computergame 'America's Army' om de middelbare scholieren de avontuurlijke kant van het leger te laten zien. Je mag allerlei wapens gebruiken. Je ziet verschillende uniformen en omgevingen waarin we vechten. De woestijn zoals in Irak of bergen zoals in Afghanistan. Je geeft ze een zo realistisch mogelijk gevoel. Het leger gebruikt ook veel virtual reality-training of lasertraining, wat we hier ook hebben. Die techniek gebruiken we om te leren omgaan met nieuwe wapensystemen.
David Nieborg, games onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam
Als onderzoeker naar games vind ik het fascinerend dat America's Army gebaseerd is op het first person shooter-genre.Dus voor de meeste gamers is dit gewoon een spel. Dan zie je iets interessants. Als je echte gevechtservaring wilt simuleren is dat heel anders dan zo'n game. Bij 'n first person shooter game gaat het om het plezier van het schieten. Wat je daar ook van vindt. Het gaat niet om doodmaken. Maar om oog-handcoördinatie, tactiek en communicatie met je team. Het is leuk om te doen, vinden vooral mannen. En dan krijg je dit America's Army-project dat inhaakt op die game-cultuur.
James Der Derian, politicoloog aan Brown University, Providence
Videogames zijn één stap verder in de illusie dat jij de macht hebt; de illusie dat jij volledig superieur bent. Het idee van: oké, je gaat dood, maar dan druk je op de resetknop en je kunt weer vechten. Dat verdoezelt het ergste van oorlog, en waarom mensen niet in dienst willen. We moeten ook begrijpen hoe games nu bepalend zijn voor de voorbereidingen op een oorlog maar ook op de uitvoering ervan en de beeldvorming tijdens de oorlog en erna. De grens tussen oorlog en spel wordt dus steeds vager en poreuzer.
Hans Binnendijk, dr. in nationale veiligheid
Je hebt een heel scala van dit soort oorlogsspelen of soms ook diplomatiesimulaties. Aan de ene kant kunnen ze totaal gecomputeriseerd zijn. Een voorbeeld daarvan is dat we tijdens de Koude Oorlog met computers de gevolgen van kernoorlogen wilden berekenen. Het andere type bestaat uit oorlogssimulaties waarbij vele mensen betrokken waren, soms zelfs honderden. Die werden opgedeeld in teams die naar verschillende kamers gingen. Aan de hand van een bepaald scenario moesten ze een van de betrokken partijen spelen. Een mogelijkheid die dit centrum biedt maakt gebruik van inzichten van deskundigen en computeranalyse om te bepalen hoe samenleving A zou reageren op beleidswijziging B. Dat doe je door deskundigen bij elkaar te brengen en meer te weten te komen over...laten we zeggen dat we ons bezighouden met de Iraanse samenleving. Dan verzamel je 'n groep deskundigen op 't vlak van de Iraanse politiek de elite van de Iraanse samenleving en laat je ze belangrijke personen in die samenleving evalueren. Welke posities ze innemen. De politieke afstand die er tussen hen bestaat. En dan ontwikkel je wiskundige algoritmen waarmee je bepaalde inschattingen kunt maken over hun reactie op bepaalde beleidsveranderingen. Je voorspelt er de toekomst niet mee maar 't geeft je meer informatie over mogelijke opties.
William Arkin, militair commentator Washington Post
In 2002 onthulde ik de codenaam van 't oorlogsplan voor Irak: Polostep. Daarop volgde één van de grootste onderzoeken naar lekken in de geschiedenis van 't Pentagon. Maar bovendien raakte ik honderden bronnen in 't leger kwijt. Mensen vragen me wel 's of ik er spijt van heb dat ik die gegevens geopenbaard heb. Dan zeg ik: Het spijt me dat ik niet meer geschreven heb. Want als ik meer had geschreven over 't oorlogsplan en de discussie daarover had ik misschien 'n bijdrage kunnen leveren aan de discussie of we Irak moesten aanvallen. Als u vraagt of ik informatie over oorlogsplannen inzake Iran openbaar zou maken, dan zeg ik: Zo veel ik kan. Want de idee, die mantra die door 't Pentagon herhaald wordt: 'We praten niet over oorlogsplannen of plannen voor wanneer 't mis gaat.' Daar klopt niks van. Want bij oorlogsplannen gaat 't er juist om dat je probeert de vijand zover te krijgen dat hij doet wat je wilt. De beste manier om Iran ervan te overtuigen dat 't ons ernst is de beste manier om te laten zien dat 't geen grapje is, is ze 'n exemplaar van ons oorlogsplan sturen. Het is 'n achterhaald idee dat 'n oorlogsplan op zichzelf een bedreiging vormt voor ons vermogen tot oorlogvoeren. Ik openbaar geen informatie over aantallen troepenschepen of de manoeuvres van 'n eenheid. Maar 't strategische plaatje van 'n oorlogsplan en de ernst waarmee 't wordt gevolgd en 't feit dat in 1999 zes man met een oorlogsplan voor Iran bezig waren en er in 2005 600 man mee bezig waren is 'n belangrijk gegeven. Niet alleen voor 't Amerikaanse volk en 't Congres maar ook voor de Iraniërs. Dus ik heb er absoluut geen spijt van. Ik wou dat ik meer had geweten. De grote hoeveelheid informatie over de oorlog, het strijdtoneel en de plannen ontgaat je als je alleen de normale media volgt zeker in Noord-Amerika.
Michel Chossudovsky, econoom
De oorlog tegen Afghanistan begon op 7 oktober 2001. Krap vier weken na de tragische gebeurtenissen op 11 september. Ons werd toen verteld dat dit een vergeldingsoorlog was waartoe op stel en sprong besloten was op 12 september. Je kunt de verslagen nalezen over wat er op 11 september 2001 gebeurde. Er werd een oorlogskabinet gevormd en dat kwam laat op de avond bijeen. En om elf uur die avond viel het besluit... dat ze Afghanistan zouden binnenvallen. Iedereen met ook maar enig inzicht in militaire planning, weet dat je een grote oorlog niet kunt plannen in drie, vier weken. Het kost minstens een jaar. Dat geeft aan dat de oorlog tegen Afghanistan, die in oktober 2001 begon al lang vóór 11 september gepland moet zijn. Maar dat leverde de rechtvaardiging voor die oorlog. Ik nam dus kennis van de oorlogsplannen voor de oorlog in Afghanistan in 2001, in de nasleep van 11 september. Maar toen de bombardementen begin oktober begonnen, begreep ik meteen de oorlog veel eerder gepland was. Militaire planning vergt immers heel veel tijd.
Hans Binnendijk
Er was een tijd, rond het jaar 2000, dat er in de VS gestreefd werd naar een militaire transformatie. Men wilde zich gaan toeleggen op netwerkgestuurde operaties. Dat ging samen met het idee dat je oorlog kon voeren zonder dat er veel slachtoffers vielen.Niet alleen aan Amerikaanse kant, maar ook weinig slachtoffers aan de kant van de tegenstander. Je koos alleen de militairen als doelwit en zou bijkomende schade beperken. De oorlog in Kosovo was daar een voorbeeld van. Wij voerden met de Alliantie oorlog tegen Servië, maar er vielen geen slachtoffers aan de kant van de Alliantie. We voerden en wonnen een oorlog zonder slachtoffers. Als je dat feit koppelt aan het idee van een militaire transformatie naar netwerkgestuurde operaties dan kunnen inderdaad mensen gedacht hebben dat de volgende oorlog simpel zou zijn. Die zou uitgevochten kunnen worden in 'n soort speelhal, heel klinisch.
William Arkin
Ik wil dat oorlogen schoner worden. Wat is het alternatief? Wil je beweren dat we níet moeten proberen schoner oorlog te voeren zodat je straks niet allemaal Dresdens en Hiroshima's hebt? Wat voor domheid gaat er schuil achter een debat waarin gezegd wordt: 'Er is iets fout met pogingen tot schonere oorlogsvoering'. Met welk alternatief kan iemand komen die dat beweert? 'Ik heb liever smerige oorlogen.' Hoezo? Het verlaagt de drempel om een oorlog te beginnen. Daar ben ik het mee eens. Het verlaagt die drempel, inderdaad. In theorie maak ik me er zorgen over dat het gevoel bestaat dat militaire macht ongestraft kan worden ingezet.
Sam Gardiner
Het leger gaat op basisniveau sterk de kant op van de computersimulaties die je bij games ziet. Het plan is ook computers ín de voertuigen te bouwen en die onderling te verbinden. Als je naar het concept van het leger van de toekomst kijkt is het net een computersimulatie van een oorlogsgame. De operatieplannen en conceptplannen van de commandanten bieden één enkele visie op de situatie. Oorlogsgames zijn de volgende stap. Dan ga je het plan van de commandant spelen tegen de vijand en kijken hoe het afloopt. Dat deed de VS dus ook vóór de invasie in Irak. Er werd een groot oorlogsspel gespeeld in Koeweit waarbij de Amerikaanse commandanten speelden tegen Irakese troepen tijdens een aanval op Bagdad. Dat werd helemaal uitgewerkt. Het probleem was alleen dat het spel toen ophield. Het ging niet door met: Wat doen we als we winnen?
James Der Derian
Met een computer kon je veel meer gegevens en informatie verwerken. Maar aanvankelijk was het voor de generaals ook een manier om oorlog te visualiseren via een nieuw medium. Als je soldaatjes gebruikt in een zandbak, weet je dat het spel is. Het is duidelijk een heel grove uitbeelding van de werkelijkheid. Maar als je oorlog begint te voeren met computers dan scheppen die een soort cognitieve dissonantie zodat je af en toe moet kijken wat de realiteit is: is dit de werkelijkheid of een game?
David Nieborg
De vijand is wat het Amerikaanse leger OPFOR noemt: opposing forces. Ze noemen de vijanden geen terroristen, Irakezen of moslims maar ze noemen ze nadrukkelijk 'tegenstanders' om een neutrale term te gebruiken.
Sam Gardiner
Dit oorlogsspel was bedoeld als simulatie voor de beleidsmakers van de Nationale Veiligheidsraad zonder de president. Het idee was om te kijken wat er zou kunnen gebeuren als de spanning tussen de VS en Iran zou toenemen. Dat was de opzet. Ik moest die simulatie opstarten, zodat er een interessante discussie zou ontstaan. Deze gebouwen liggen allemaal binnen versterkingsmuren. Er zijn aarden wallen omheen gelegd. Blijkbaar is daarbinnen iets zo waardevol dat het beschermd moet worden tegen een luchtaanval. Zoiets is veel werk. Dat doen ze hier, maar niet bij hun kerninstallaties. Dus de vraag is waarom.
James Der Derian
Toen ik met de term 'deugdzame oorlog' kwam, vonden sommige mensen dat een heel vreemd oxymoron. Vanwaar die combinatie van deugdzaam en oorlog? Ben je vóór oorlog? Nee. Ik wilde ermee aangeven dat je in de VS een nieuwe confluentie had gekregen: een opmerkelijk vermogen om van een afstand wapens in te zetten. Om met je technologische superioriteit afstand te houden en toch militaire slagkracht te hebben. Gecombineerd met het idee dat we onze morele superioriteit moeten gebruiken om de wereld ervan te overtuigen, tenzij die gewoon te primitief is voor dat idee dat democratie en vrije markten de beste stelsels zijn voor de internationale orde. Er zijn veel onderzoeken gedaan die aantonen dat democratische staten zelden oorlog voeren tegen elkaar. Autoritaire staten voeren oorlog tegen democratische, en vice versa. Voor sluitend, kwantificeerbaar bewijs hiervoor is het nog te vroeg. Maar toch werd het leidende grondbeginsel in de hoogste regionen van het politiek- militaire complex van Amerika dat deze nieuwe combinatie van technologische en ethische superioriteit kon leiden tot deugdzame oorlogen. Het is begrijpelijk waarom vooral de landmacht deze videogames gebruikt bij de rekrutering. Daarnaast zie je ook hoe videogames militairen vaardigheden bijbrengen. Aangetoond is dat videogames, vooral first person shooters de oog- en handcoördinatie verbeteren. Ze kunnen 't tactisch inzicht vergroten en helpen basiskennis van een taal te verwerven. Het vooruitzicht dat je kunt sneuvelen is een ontnuchterende factor. Als je die kunt relativeren en verminderen wat videogames heel knap doen, dan krijg je meer rekruten. Heel belangrijk met zo'n hoog percentage vroegtijdige schoolverlaters plus dat je je eisen moet versoepelen om genoeg mensen te krijgen. De troepen moeten nu drie, vier perioden dienst doen in Irak.
David Nieborg
Ik ken oorlog alleen via de media. Ik herinner me natuurlijk wat ik op TV heb gezien. Ik heb 's nachts op TV gezien hoe vliegtuigen boven Bagdad vlogen. En allemaal infrarode flitsen van luchtdoelartillerie. Een volledig groen scherm. Dat was mijn eerste ervaring met oorlog, via de media dus. Tijdens de oorlog werd veel technologie gebruikt die esthetisch en technologisch sterk deed denken aan computergames. En generaal Schwarzkopf, de bevelhebber van de Coalitietroepen noemde Operatie ‘Desert Storm’ een ‘Nintendo-oorlog’. Het was net een game, en de pers nam die uitdrukking steeds meer over net als gamers en militairen. Die oorlog was net een videogame.
Michel Chossudovsky
Oorlog ziet er op TV uit als een game. Het lijkt een simulatie. Het zou een oorlogsgame kunnen zijn, waarmee we ons amuseren. Zeker de laatste twee, drie oorlogen zijn zo geweest. Het Amerikaanse publiek wordt overstelpt met een op oorlogsgames lijkende uitbeelding van 'n echte oorlog. De slachtoffers ervan zijn nooit te zien. Burgerslachtoffers worden ontkend. Dat speelt uiteindelijk ook een rol.
David Nieborg
Wat echt bijzonder is aan America's Army en wat het anders maakt dan alle andere commerciële legergames is dat ik mezelf altijd zie als een Amerikaanse soldaat. En dan is er mijn maatje, een andere gamer ergens achter zijn computer. Hij ziet zichzelf ook als een Amerikaanse soldaat. Ik zie in mijn handen ook een Amerikaans wapen. Maar de vijand ziet zichzelf ook als een Amerikaanse soldaat. Dat is een softwaretruc.Dat betekent dat je nooit met opzet een Amerikaanse soldaat hoeft te doden.
James Der Derian
De videogames helpen dat imag van overmacht uit te dragen. Maar als je dan Al-Jazeera aanzet, of Al-Arabiya en je ziet de beelden van de IED's, sorry, de bermbommen.Het leger gebruikt graag afkortingen. Iedereen kent die afkortingen nu, zozeer heeft het militaire denken via zijn taalgebruik onze visie op de wereld bepaald. Dit is typisch zo'n geval waarin er volgens mij sprake is van een afschrikkende werking in deze videogames. Ze tonen een militair overwicht dat in werkelijkheid niet meer bestaat.Ik begrijp dus best waarom ze graag dat imago via videogames willen vasthouden.
Hans Binnendijk
25 jaar geleden leunde het Amerikaanse ministerie van Defensie zwaar op de defensie-industrie. En de defensie-industrie nam 't voortouw bij de technologische vernieuwing. Nu is er heel veel in zowel de wereld van de burgers als het leger afhankelijk van informatietechnologie, computers en andere technologie. Die komt grotendeels uit de commerciële sector. Het ministerie van Defensie heeft geen leidende rol bij 't ontwikkelen van die technologie.
James Der Derian
We hebben nu ook een virtueel verbond van het militair-industriële complex en het media-entertainmentnetwerk. Zoals je de Hollywoodfilm Top Gun, waar de marine aan meewerkte kunt gebruiken als rekruteringsvehikel. Iedereen wil Tom Cruise zijn, in 'n F-14. Ze hebben nu zeggenschap over het script van Hollywoodfilms. Je moet nu met een marine-officier of soms een legerofficier samenwerken. Recentelijk is ook van de Transformers, populair kinderspeelgoed een film gemaakt. Dat kon alleen met hulp van het leger. Er waren F-22's nodig voor die film, en mariniers die mariniers speelden. Een nieuw samenwerkingsverband dus om oorlog in 'n bepaald licht te plaatsen. Als je script niet wordt goedgekeurd wordt je film vele miljoenen dollars duurder. En als ik het heb over de militair-industriële entertainmentindustrie, gaat het niet alleen om entertainment, maar ook hoe zelfs het nieuws, zoals dat wordt gebracht door de media, steeds meer wordt meegezogen in dit wereldbeeld. Dat komt ook door de 'embedding'. Als zelfstandig verslaggever kom je daar nergens. Het publiek krijgt dus niet echt een nauwkeurig beeld van wat er gebeurt.
Sam Gardiner
Men concentreert zich nu niet meer zozeer op het gebruik van militair geweld tegen een gelijkwaardige tegenstander. Maar op de strijd tegen een ongelijkwaardige tegenstander met beperkte doelstellingen. Want we hebben nog geen computer- simulatie van een opstand. Dat is onontgonnen terrein. We weten niet hoe wij zullen reageren, en al helemaal niet wat opstandelingen doen. En één reden waarom dat zo moeilijk is, is ook een kenmerk van die oorlog. Namelijk dat je niet meer strijdt tegen een afzonderlijke persoon. Maar tegen 'bewegingen'. Die geen centrale sturing kennen. We vechten niet tegen Napoleon bij Waterloo. We leveren strijd met een serie afzonderlijke stammen. Die afzonderlijk besluiten nemen. Je kunt niet simuleren hoe die handelen. Het is bijna totale chaos. Dat is de beste omschrijving. Jij probeert chaos te voorkomen en zij willen chaos creëren.En we hebben geen goede computersimulatie van chaos.
Michel Chossudovsky
Ons wordt wijsgemaakt dat dit een oorlog tegen het terrorisme is. Dat is het niet. Dat is slechts een voorwendsel om een veroveringsoorlog te voeren. Een oorlog ingegeven door economisch-strategische motieven. Dat geven ze eigenlijk ook toe. Als je de militaire rapporten en beleids- notities leest, ontkennen ze ook niet dat het ze gaat om energietoevoergebieden en pijpleidingen. Ze willen greep op de monetaire systemen van die landen en bilaterale handelsovereenkomsten. De Wereldbank en 't IMF moeten macro-economische hervormingen opleggen. Het is algemeen bekend
dat deze militaire initiatieven beantwoorden aan onderliggende economische doelstellingen. Maar je kunt niet tegen het Amerikaanse volk zeggen: we gaan Irak en Iran bombarderen om hun olie te stelen. Dat kun je niet zeggen.
Hans Binnendijk
In de Koude Oorlog had je de communistische ideologie. Je zag wat dat in de praktijk inhield. En we hadden onze eigen ideologie, ons eigen verhaal rondom kapitalisme en democratie, en men kon ook zien hoe dat werkte. Wij wonnen de communicatiestrijd in de Koude Oorlog. Ten eerste doordat overduidelijk bleek welk systeem te prefereren was. Maar we hadden ook een instrument dat ons verhaal aan de man wist te brengen. Tegenwoordig hebben we dat niet meer in die mate, bij lange na niet. We moeten beter worden in onze strategische communicatie. Om ons verhaal te vertellen. We hebben hier niet te maken met 'n communistische tegenstander. We moeten nu ons verhaal doen aan de moslimwereld. En in sommige gevallen kunnen wij dat verhaal niet zelf vertellen. Het moet voor 'n deel binnen de moslimwereld zelf gebeuren. Daar moet een beter verhaal komen.
James Der Derian
Ik interviewde ooit de man die het Pentagon heeft veranderd. Hij is vrij jong overleden. Vice-admiraal Cebrowski, de vader van netwerkgestuurde oorlogsvoering. Ik vroeg hem: Hoe ziet u de toekomst? Hij zei: Oorlog gaat gerund worden als een bedrijf. Het wordt net als Wal-Mart. Of als een hedgefonds. Het wordt heel fluïde, netwerkgestuurd.
Just-in-time logistiek, radiozenders in elke tank, in al het materieel, zodat je het kunt volgen. Geweldig. Je creëert 'n illusie dat je alles in de hand hebt in je bedrijfsvoering. Maar je creëert ook nieuwe kwetsbaarheden. Wie die netwerken weet te hacken, kan ze lamleggen. Ze zijn solide en er zijn backups, maar ze zijn nooit onkwetsbaar. Het zal vast een of andere kleine, niet te traceren buitenlandse hacker zijn die het banknetwerk gaat platleggen. Haal een paar schakels uit 't GPS-systeem en precisiewapens blijken dom. Zonder GPS zijn ze nergens. Schakel een paar satellieten uit en de geldautomaten liggen plat. Dus de afhankelijkheid van netwerkgestuurde oorlogsvoering is in zekere zin een kopie van hoe grote bedrijven tegenwoordig werken.
Sam Gardiner
Het probleem voor de VS is niet langer het uitschakelen van doelwitten. Wij kunnen alles vernietigen wat volgens ons vernietigd moet worden. Dus dat deel van het oorlogsprobleem is nu ongeveer zó groot. Maar het echt grote probleem is weten wát we moeten vernietigen. In een oorlog is het doden zelf niet meer het belangrijkste. Weten wát je moet doden wordt een steeds belangrijker vraag. En op dat punt doen we 't nog niet zo goed. Als het over Iran gaat, lezen we dat de luchtmacht een plan heeft om diep onder de grond gelegen installaties te verwoesten door 'n projectiel te schieten in 't gat dat zijn voorganger heeft gemaakt. Met zoveel precisie kan men nu te werk gaan. De doelwitprecisie is zonder weerga. Maar we weten niet waar we het eerste gat moeten slaan. We weten niet waar de Iraniërs hun spullen hebben verstopt. Als we dat wisten, konden we 't goed doen. Het aandachtsgebied waarop je je moet concentreren, is verschoven.
William Arkin
Het probleem van 't Amerikaanse leger is niet dat 't geen oorlogen kan winnen. We winnen wel oorlogen. Steeds weer opnieuw. Maar we winnen geen vrede. Saddam Hoessein bleef na de invasie van Koeweit nog 15 jaar aan de macht en toen maakte het Amerikaanse leger in 22 dagen korte metten met hem. Het leger weet wel hoe het oorlog moet voeren. Maar de Amerikaanse overheid weet zich daarná geen raad meer. De taliban waren verslagen in Kaboel en Kandahar. Binnen zes weken, na 11 september. Zonder aanvalsplan of voorbereiding. Dus voor mij is het leger met zijn oorlogsspelletjes net een oliedomme kerel die in zijn garage elk weekend weer zijn auto in de was zet. Hoeveel meer kun je dat ding nog laten glanzen? Want dat is het probleem niet. Ze kunnen dat ding blijven boenen tot je ogen er pijn van doen. Maar ze lossen de echte problemen niet op: Wat doe je met een Iran dat kernwapens ontwikkelt en terrorisme steunt? Wat doe je daaraan? Wat doe je met Irak als je Saddam hebt afgezet? Wat doe je in Afghanistan, wanneer je een leider hebt geïnstalleerd die geen macht heeft buiten een straal van één meter rond zijn bureau? Oorlogsspelletjes zijn leuk als spelletje. Maar we hebben andere spelletjes nodig en die zijn er niet.