...En wat als we de hulp stoppen?
Een oefening in gevaarlijk denken
In het scenario ‘ …en wat als we de hulp stoppen’ gaan we dieper in op de mogelijke gevolgen die landen in Sub Sahara Afrika zullen ondervinden als de structurele ontwikkelingshulp wordt gestaakt. Afrikaanse opinieleiders en staatshoofden, die al langer pleitten voor stopzetting van de hulp, juichen dit toe maar eisen tegelijkertijd concrete stappen om te komen tot echte samenwerking. Tegenlicht wil met deze denkoefening een bijdrage leveren aan het debat en kijken wat er gebeurt wanneer de hulp stopt en er gezocht gaat worden naar andere wegen om het Afrikaanse continent op basis van gelijkwaardigheid te laten deelnemen aan de wereldeconomie. We richten hierbij de blik op de toekomst en proberen mogelijke consequenties te duiden.
De afgelopen week kwamen Unicef en een aantal Nederlandse hulporganisaties negatief in het nieuws. In het ene geval had de directeur zich met een aardig bedrag de laan uit laten sturen en het andere voorbeeld legde pijnlijk bloot dat de hulporganisaties eigenlijk alleen maar een goed nieuws show naar buiten willen brengen en zelden kritisch rapporteren over hun eigen falen.
Zestig jaar geeft Nederland hulp en het liefst kijken we terug op successen, maar helaas stemt de optelsom niet echt vrolijk. Zeker als we naar (sub Sahara) Afrika kijken, want het continent lijkt maar niet uit de val van armoede en corruptie te kunnen ontsnappen. Dat legitimeert de vraag wat er zou moeten veranderen.
Welbegrepen eigenbelang
Je zou kunnen zeggen dat de –Europese- donorlanden op een bepaalde manier profiteren van het systeem van ontwikkelingshulp. Het is goedkoper om een cheque uit te schrijven voor hulp aan Afrika dan om de markten te openen voor Afrikaanse producten. De ontwikkelingslanden betalen op dit moment aanzienlijk meer aan importheffingen aan de EU-landen dan ze als ontwikkelingshulp van diezelfde landen ontvangen. Het werkelijk opengooien van de grenzen zal ons dwingen om alternatieven te vinden voor onze land- en tuinbouwsector. Het betalen van die kosten is de echte ontwikkelingshulp: het bevordert structurele economische groei.
Afrikaanse oplossingen
Benjamin Mkapa, voormalig president van Tanzania, ziet de hulp als grootste bron van afhankelijkheid van Afrikaanse bestuurders. Ofschoon Afrikaanse leiders vaak deskundig zijn en in staat om een land te besturen, gaan ze er in hun begrotingen nog altijd vanuit dat er hulp komt. Dit automatisme moet doorbroken worden omdat echte economische en sociale ontwikkeling alleen maar duurzaam is wanneer het met eigen verdiend geld wordt gefinancierd.
President Paul Kagame voert een gelijksoortig betoog als zijn collega Mkapa, met dien verstande dat hij nog met de regeringsverantwoordelijkheid spreekt. Rwanda heeft de afgelopen jaren veel gedaan om de hulpafhankelijkheid te verminderen. Kagame heeft de inning van belastingen tot belangrijkste speerpunt van zijn beleid gemaakt en daarmee worden ontwikkelingsactiviteiten in onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur gefinancierd. De grootste klacht van Kagame is dat landen in Afrika geen eerlijke kansen hebben op de internationale kapitaalmarkt. Zij hebben last van handelsbeperkende maatregelen en te weinig vertegenwoordiging internationale organen als IMF of Wereldbank.
De hulp heeft een verkeerde cultuur geschapen: met alleen de hand ophouden komt er nooit een zelfstandige economie van de grond. Werken aan de basis van het bestaan van mensen onder het bestaansminimum betekent inzetten op eerlijke handel, eerlijk migratiebeleid, klimaatafspraken en bestrijden van ziektes.
In januari 2010 zal ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) komen met een rapport over het functioneren van 60 jaar ontwikkelingssamenwerking.