Kat-en-muis op Internet Grasmodderpaarden en de grote Chinese vuurmuur

  • 06.05.2011
  • M. Denters

China was een van de eerste landen die, sinds de eerste internetverbindingen in 1994, op landelijke schaal een systeem gebruikten om internet te filteren. De ‘Golden Shield, of ‘Great Firewall of China’ zoals het controlesysteem vaak wordt genoemd (waarschijnlijk voor het eerst in Wired in 1997), is sindsdien het standaardvoorbeeld geworden voor wie spreekt over internetcensuur.* Maar ook Westerse democratieën ontwikkelen steeds verdergaande technologie en regelgeving om ons Internetgebruik te controleren om het verspreiden van kinderporno, terrorisme of auteursrechtelijk beschermd materiaal op te sporen en tegen te gaan.**

Formeel hebben burgers volgens de Chinese Grondwet recht op vrijheid van meningsuiting (zie artikel 35) maar net als voor andere media heeft de Chinese Communistische Partij strenge voorschriften voor wat (niet) mag op Internet.

Er zijn ongeveer tien vaste gecensureerde categorieën die in bijna alle reguleringsvoorschriften voorkomen, waaronder het tegenspreken van officiële partijtheorie, handelen in naam van illegale burgerorganisaties (zoals Falun Gong), het verspreiden van pornografie of gokken en het aanzetten tot bijeenkomsten die de sociale orde verstoren. Sancties kunnen variëren van het verwijderen van content of gehele websites en boetes tot strafrechtelijke vervolging.

Liu Xiaobo en Charter 08

Zo werd in 2008, het jaar van de Olympische Spelen in China, de dissident en latere Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo opgepakt omdat hij mede-initiatiefnemer was van Charter 08. Dit online manifest riep op tot bescherming van mensenrechten en democratische hervormingen in China en werd ondertekend door meer dan zevenduizend Chinese academici, juristen en activisten. Het is een voorbeeld van collectieve actie via Internet waarbij burgers de confrontatie aangingen met de overheid. Die sloeg hard terug: meer dan honderd van de ondertekenaars werden opgepakt. Een bittere illustratie van precies datgene waar de ondertekenaars tegen streden. Liu Xiaobo zit nog altijd vast en zijn naam is inmiddels zelf een gecensureerde zoekterm geworden.**

Ook in 2009 werden de teugels flink aangehaald. In juni van dat jaar was het precies twintig jaar na het Tiananmenprotest in 1989, en maart zag het al-weer-vijftigjarig jubileum van de Tibetaanse opstand (in 1959). Twee onderwerpen die in China sowieso al bovenaan de lijsten met gecensureerde onderwerpen staan.

De Chinese internetcensuur werkt op verschillende, elkaar overlappende manieren

Allereerst kan de overheid IP (internet protocol) adressen of URLs blokkeren of knoeien met de D.N.S. (domain name system) server, waardoor een domeinnaam aan de verkeerde website gekoppeld wordt. Dit wordt gedaan om simpelweg de toegang te blokkeren tot specifieke websites of portals. De overheid neemt haar toevlucht tot deze techniek als ze geen formele jurisdictie hebben over een site, zoals bij buitenlandse sites als Twitter, Flickr, YouTube of Facebook of de websites van westerse media zoals de New York Times (meestal tijdelijk) of de Huffington Post en organisaties als Amnesty International, Reporters Without Borders en WikiLeaks. Deze blokkade gebeurt via routers op de plekken waar buitenlands internetverkeer China binnenkomt, de ‘backbone’, die in handen is van staatsbedrijf China Telecom. (Die routers kwamen van het Amerikaanse bedrijf Cisco; vgl. een recent Open Net Initiative rapport over westerse bedrijven die meewerken aan internetcontrole in het oosten).

Als je als buitenlandse site niet geheel geblokkeerd wil worden, zoals Google, moet je dus overwegen om je (gedeeltelijk) in China te vestigen. Maar dan krijg je te maken met andere soorten van internetcensuur, zoals het filteren van informatie op gecensureerde kernwoorden en verplichte zelfcensuur onder toezicht van de Chinese overheid.

Op deze site kun je nagaan of een bepaalde site of zoekterm momenteel is geblokkeerd.

Ongrijpbaarder (en speciaal voor China) is ‘TCP reset’-filteren. Daarbij wordt informatie op een site gescand op het voorkomen van gecensureerde woorden en vervolgens wordt er een zogenaamd ‘TCP (transmission control protocol) reset’ pakketje gestuurd naar zowel de webserver van de ‘verdachte’ pagina als naar de computer die de pagina probeert te laden. Hierdoor denken beide computers dat er aan de ‘noodrem’ getrokken is en wordt de verbinding meteen verbroken.

Neptweets van de 'vijftig centpartij'

De overheid stuurt niet alleen wat je niet kan zien of doen op Internet, maar ook wat er wél gebeurt. Toen president Hu Jintao in 2008 chatte met burgers op een discussieforum van de staatskrant People’s Daily was dat natuurlijk zorgvuldig georkestreerd. Maar actieve inmenging in het openbare debat vindt plaats op massale schaal, door de zogenaamde ‘Vijftig Cent Partij’. Bijna 300.000 bloggers en reageerders plaatsen in het hele land positieve berichten over de Communistische Partij op Internet, waarvoor – dat verhaal deed aanvankelijk de ronde en vandaar de bijnaam – de regering ze 50 cent per post betaalt. Via deze ‘Internet commentators’ manipuleert de regering de online publieke opinie in China. Hun laatste ‘truc’ is het maken van nep ‘retweets’ en accounts van opinieleiders en activisten over de Jasmijnrevolutie. De China Digital Times heeft een aantal van die neptweets vertaald.

Zo lijkt het de overheid te lukken om zelfs sociale media naar haar hand te zetten. Microblogs zijn, door de snelheid ervan en het netwerk van gebruikers, lastig te censureren. Dat is waarschijnlijk waarom de Amerikaanse microblogservice Twitter in China geblokkeerd is, maar er zijn verschillende Chinese ‘weibo’-sites, zoals het in China heet, en die zijn enorm populair.

Kill switches

Als het echt uit de hand dreigt te lopen dan is er altijd nog de zogenaamde “Kill Switch”: gewoon het hele Internet afsluiten, een beproefd middel sinds onder andere de Groene Revolutie in Iran in 2009. Dit is wat Egypte deed op 27 januari van dit jaar en wat de Libiërs sinds 19 februari regelmatig overkomt. Zo sloot China tijdens de protesten van Oeigoeren, een islamitische minderheid in het westen van het land, in 2009 maandenlang Internet, sociale media, e-mail en sms verkeer af in de autonome regio Xinjiang.

China en de Arabische lente

Sinds de Arabische lente begin dit jaar heeft de Chinese overheid de teugels nog harder aangetrokken. Vanaf half februari zijn in China al tientallen schrijvers, journalisten, advocaten en activisten gearresteerd, bedreigd of ‘verdwenen’, van wie de bekendste wellicht Ai WeiWei* is. De activistische kunstenaar werd opgepakt toen hij op het vliegtuig naar Hong Kong wilde stappen, en nog altijd is onbekend waar hij zich bevindt.

Ook op Internet viert censuur hoogtij, niet verwonderlijk gezien de rol die sociale media speelden in de Arabische revoluties. Het woord ‘Jasmine’ werd geblokkeerd en verwijderd van websites, op weibo (microblogs) was het ineens niet meer mogelijk om posts te retweeten of foto’s te posten en het werd onmogelijk om sms-berichten naar meerdere ontvangers te sturen. Vanaf januari worden meer sites dan voorheen geblokkeerd en in februari en maart was Gmail zo langzaam dat er gesproken wordt over een Chinese hack.

Kat, muis en grass-mud-horses

Maar zodra een zoekterm wordt geblokkeerd, bedenken slimme Chinese internetters een alternatief. Zo werd ‘thee drinken’ code voor ‘jasmijnrevolutie’ en kon men zijn steun uitspreken voor Ai WeiWei (艾未未) door het te hebben over het gelijkklinkende Ai Weilai (爱未来), oftewel ‘Love The Future’. Totdat ook die term geblokkeerd werd natuurlijk. Veel meer van dit soort creatieve variaties op de uitspraak of schrijfwijze van een gecensureerd woord zijn terug te vinden in het Grass-Mud-Horse lexicon dat de China Digital Times bijhoudt, een vertaling van het ‘verzetdiscours’ van rebelse Chinese netizens.

Een ‘Grass-Mud-Horse’ is een verzonnen dier waarvan de naam ongeveer net zo klinkt als het Chinees voor ‘neuk je moeder’ (cáo nǐ mā). Begin 2009 verscheen een video met een liedje over het gras-modder-paard die zich binnen de kortste keren als een virus over het Chinese Internet verspreidde. In het filmpje werd de Chinese censuur van vulgaire content belachelijk gemaakt.

Al snel volgde een video-antwoord, waarin de Grass-Mud-Horse symbolisch de strijd aanbond met de River Crab, een homoniem voor het propaganda-stokpaardje ‘harmonie’ (als een commentaar van het web verdwijnt, zeggen internetters spottend dat een pagina 'geharmoniseerd' is). Binnen enkele weken werd de Grass-Mud-Horse zo de mascotte van Chinees verzet tegen internetcensuur.

En de animatieversie:

* * *

*De eerste generatie,“Chinese stijl” van filteren is inmiddels ingehaald door de nog geavanceerdere tweede en derde generatie systemen die een land als Rusland gebruikt en die Internet niet alleen strak controleren maar ook effectief en subtiel foutieve informatie verspreiden en mensen actief in de val proberen te lokken. (Zie Access Controlled. The Shaping of Power, Rights, and Rule in Cyberspace, MIT/OpenInitiative 2010, Hoofstuk 1 en 2 (online te lezen)

**Dit overkomt niet alleen bekende dissidenten maar ook gewone burgers: Zo werden een schoolmeester die foto’s oplaadde van ingestorte schoolgebouwen na de aardbeving in Sechuan en boeren die protesteren tegen land grabs door grote investeerders gearresteerd en veroordeeld tot gevangenisstraffen.

*** Net als in het Westen gebruiken Chinezen cyberspace niet alleen voor nieuws en activisme, maar besteden de meeste tijd aan entertainment (muziek en videoportals als Youku en Tudou), sociale netwerken (bijvoorbeeld QQ Space van Tencent, China’s grootste internetportal) en andere minder verheffende bezigheden. Van de meer dan 450 miljoen Internetgebruikers (dat is zo’n 30% van de bevolking, verspreid over het hele land en nog steeds heel snel groeiend; 90% beschikt over breedband. Cijfers uit 2010) houdt een groot deel een blog bij en/of doet aan microbloggen (zoals Sina weibo) en sociale netwerken (Renren is het populairst en de interface lijkt nogal op die van Facebook). De Internet-'business' in China floreert als nooit tevoren. Facebook is in China geblokkeerd, maar Bloomberg berichtte in april dat het bedrijf van Mark Zuckerberg samen met Baidu een Chinese netwerkportal begint. Hopelijk wordt dat niet zo’n gelijkende kopie dat je nauwelijks weet of je de Chinese, gecensureerde versie gebruikt of de echte, zoals met TOM Skype.

Naschrift: Ai Weiwei vrijgelaten

Ai Weiwei werd, na veel internationaal protest, na drie maanden gevangenschap in juni 2011 op borgtocht vrijgelaten. Een van de voorwaarden is dat hij niet met de pers spreekt.

 

* Ai WeiWei

De Chinese kunstenaar Ai Weiwei werd geboren in 1957 in Beijing. Zijn vader was een beroemde dichter in China, Ai Qing, die vanwege zijn “rechtsheid” in 1958 met zijn vrouw naar een werkkamp werd gestuurd. Daar, ver weg in de provincie Xinjiang, groeide Ai Weiwei op terwijl zijn vader toiletten schoonmaakte. In 1978 ging Ai naar de filmacademie in Beijing. Zijn klasgenoten Zhang Yimou en Chen Kaige werden beroemde regisseurs, maar Ai Weiwei stopte en werd actief in het avant-garde kunstcollectief Stars. In de jaren tachtig en begin jaren negentig woonde Ai Weiwei in de VS, waar hij aan Parsons School of Design studeerde in New York. In 1993 vertrok hij weer naar Bejijng, omdat zijn vader ziek was, waar hij een studio opzette in Caochangdi, de kunstenaarswijk in het noorden van de hoofdstad. Ai Weiwei werd bekend met werk dat niet van kritiek op de Chinese overheid gespeend is: zo maakte hij een fotoserie ("Study in Perspective", 1995-2003) waarin hij zijn middelvinger opsteekt naar ondermeer het Tiananmenplein (waar op 4 juni 1989 de studentenopstand bloedig werd neergeslagen); maakte hij een installatie ("Remembering", 2009) van schooltassen van kinderen die door de aardbeving in de provincie Sechuan in 2008 waren omgekomen doordat de schoolgebouwen zo slecht waren (‘van tofupapier,’ zei Ai Weiwei) en bedacht hij voor de Documenta in Kassel in 2007 het project “Fairytale” waarvoor hij 1001 mensen uit heel China door het Duitse plaatsje liet rondlopen in door hem ontworpen kleding en koffers. Door een storm tijdens de tentoonstelling stortte een groot bouwwerk dat hij voor het project had gemaakt uit oude houten ramen en deuren van verwoeste huizen uit de tijd van de Ming en Qing dynastieen in. Waardoor volgens de kunstenaar de waarde ervan alleen maar toenam. Maar Ai Weiwei werkte ook mee aan het ontwerp van ‘het vogelnest’: het stadion voor de Olympische Spelen in Beijing in 2008, van de architecten Herzog en de Meuron.