Om te snappen waarom schuldkwijtschelding niet zo’n gek idee is, moeten we inzoomen op de huidige relatie tussen schuldenaar en schuldeiser. Het idee dat schulden altijd moeten worden terugbetaald, klinkt ons misschien normaal in de oren. Toch is het een onjuist idee.
De gedachtegang lijkt logisch: als financiers hun leningen toch niet terugkrijgen, waarom zouden ze die dan nog verstrekken? Ze zullen hun investeringen niet meer aandurven, en zo komt er nooit wat van de grond.
Maar volgens econoom Michael Hudson, één van de weinigen die de bankencrisis in 2008 aan zag komen, is de relatie tussen schuldeiser en schuldenaar uit balans. In zijn boek …and forgive them their debts, laat hij zien dat het niet meer dan normaal is dat ook de schuldeiser het risico draagt van zijn lening.
Iemand die roekeloos geld uitleent tegen hoge rentes, verdient het om daarvoor op de hete blaren te zitten. Maar tegenwoordig kan zelfs de woekeraar met het slechtste geweten eindeloos incassobureaus inschakelen om zo veel mogelijk geld te trekken uit schuldenaren die eigenlijk toch al niets meer hebben.
Volgens Hudson moet de balans tussen schuldeiser en schuldenaar hersteld worden. De schuldeiser moet weer het risico van zijn investering accepteren, zeker in tijden van crisis. Veel mensen en landen kunnen door de coronacrisis hun schulden simpelweg niet afbetalen. Volgens Hudson is een modern jubilee in 2020, waarbij schulden worden weggestreept, de enige manier om een economische depressie te voorkomen.