Heeft de overheid jouw belastinggeld eigenlijk wel nodig?

Hoe Modern Monetary Theory ons denken over overheidsgeld op zijn kop zet

Accepteer de 'social' cookies voor deze 'youtube'-embed.

cookie-instellingen aanpassen

Econoom en journalist Brett Scott legt uit waarom de overheid niet op een huishouden lijkt, maar op een eikenboom die eikels de wereld in slingert.

In elk politiek debat klinkt vroeg of laat dezelfde vraag: ‘Hoe gaan we dat betalen?!?’ Het is een logische reflex. Als gewone burger moet je immers rondkomen met wat je verdient. Maar volgens Modern Monetary Theory, kortweg MMT, is de vergelijking tussen een huishouden en een overheid fundamenteel onjuist.

Brett Scott, econoom, ondernemer en financieel journalist die na de crisis van 2008 de financiële sector van binnenuit leerde kennen, gebruikt een treffende metafoor. Denk aan eekhoorns en eikenbomen. Wij, gewone burgers, zijn de eekhoorns: we rennen rond om geld te verzamelen en op te potten. En we stellen ons de overheid voor als een grote eekhoorn die hetzelfde doet. Maar de werkelijkheid is anders. De overheid is de eikenboom. Die máakt de eikels. Die wil dat de eekhoorns ze meenemen, want zo verspreidt het bos zich.

Net zoals Copernicus aantoonde dat de aarde om de zon draait en niet andersom, draait MMT de gangbare logica om: de overheid geeft eerst geld uit en belast daarna pas. Niet andersom. Belastinggeld is niet de brandstof waarop de overheid draait, het is de rem waarmee ze geld weer uit de economie trekt.

Voor veel mensen klinkt dat als ketterij. Margaret Thatcher sprak ooit de beroemde woorden: 'There is no such thing as public money. There is only taxpayers' money.'  Maar volgens MMT is dat precies de mythe die conservatieve economen in stand houden om de publieke verbeelding in te perken. Want als burgers doorhebben dat de overheid geld kan creëren, rijst onvermijdelijk de vraag: waarom bezuinigen we dan op zaken als onderwijs en zorg?

Een veelgehoorde kritiek op MMT is dat het de deur openzet voor ongebreidelde overheidsuitgaven en daarmee inflatie. Maar dat klopt niet, zegt Scott. MMT stelt juist dat er wel degelijk een grens is. Maar dat niet de hoeveelheid geld beschikbaar, maar de hoeveelheid mensen en middelen in een economie.

Zijn er werklozen die aan de slag willen, fabrieken die stilstaan, capaciteit die onbenut blijft? Dan kun je geld in de economie pompen zonder inflatiegevaar. Pas wanneer de economie op volle toeren draait en je er toch geld in blijft pompen, krijg je inflatie.

MMT is daarmee geen pleidooi voor onbeperkt uitgeven. Het is een andere manier van kijken. Eentje die de vraag verschuift van 'hebben we genoeg geld?' naar 'hebben we genoeg mensen en middelen?' En met die verschuiving, zo zegt Scott, kunnen we de economie veel nauwkeuriger begrijpen.