Menselijke darm- en hersencellen die opgekweekt kunnen worden uit stamcellen die gemaakt kunnen worden uit een potje urine. Dat doet ze met microfluïde chips, een soort mini-petrischaaltjes waarop ze mini-hersenen en mini-darmen kweekt, en die ze vervolgens met elkaar verbindt door zelfgroeiende mini-zenuwbaantjes. Bijna een soort proto-mini-mensje op kweek.
De incubator waarin de cellen leven, staat op lichaamstemperatuur. Ze krijgen voedingsstoffen toegediend die overeenkomen met wat ze in het lichaam zouden krijgen. Alles is erop gericht om de omgeving van die cellen, om het maar zo te stellen, zo menselijk mogelijk te maken.
Het laat zien hoe ver we zijn gekomen in het nabootsen van onszelf. Daarmee komen ook ongemakkelijke, fundamentele vragen steeds dichterbij, vragen die we misschien liever nog even hadden uitgesteld.
Nu zijn het nog simpele samenwerkingen tussen mini-breintjes en mini-darmpjes, maar: hoe meer soorten cellen we bij elkaar laten groeien op die piepkleine plastic chips, hoe dichterbij de werkelijkheid van een levende mini-kopie van onszelf komt.
En, hoe complexer die kweekjes van menselijke cellen worden, hoe ongemakkelijker de vragen worden. Broersen gaat die vragen zeker niet uit de weg: wanneer is een verzameling cellen menselijk, en wanneer wordt het al te menselijk?
Kerensa Broersen
Bioloog
Prof.dr. Broersen is bioloog en onderzoeker aan de Universiteit Wageningen. Ze is opgeleid als biochemicus en heeft een doctoraat in voedselchemie behaald aan de Wageningen Universiteit in Nederland. Haar onderzoek is gefocust op de fundamentele biochemie van cel-naar-cel signalering naar, van en in de hersenen in relatie tot neurodegeneratieve ziekten.
